Deel II Het hele verhaal van de familie Hootsmans van Roosendaal

DEEL  II  HOOFDSTUK 4 ANTOON HOOTSMANS WORDT OUD TUSSEN ZIJN 
KINDEREN 

Vlnr  Bertus, Maria Rijk met Joseph, Cornelis, Antoon Hootsmans met Anna links en Laurens rechts, Frans, Antoon en Jan

Rekening houdend met Joseph, de jongste op 3 maart 1890 geboren in Bergen op Zoom, schat ik dat deze foto nog net in  Bergen op Zoom is genomen en anders  vroeg in ‘s-Hertogenbosch. De oudste, Cornelis,  werd geboren op 10 oktober 1877. Hij zal in ’s-Hertogenbosch trouwen op 17 augustus 1901. Hij staat het eerst op eigen benen.

Grootvader is geboren in 1854 en grootmoeder in 1845. Zij beiden zullen oud worden in ’s-Hertogen-bosch. Dit verklaart de titel van dit hoofdstuk. De foto hiernaast moet in ’s-Hertogenbosch genomen zijn De kinderen zijn er ouder. We missen hier Cornelis en  Bertus. Cornelis is waarschijnlijk reeds getrouwd en wonende in Helmond, en Bertus, waarschijnlijk op het grootseminarie of ziek (tuberculose).

13 Jan Anna Joseph Hootsmans musicerenIn het voorgaande hoofdstuk heb ik al een korte levensloop van  de kinderen gegeven. Over hun jonge jaren moet iets meer te vertellen zijn. Daar is nog niet veel over geschre-ven. Duidelijk is wel dat zij veel ge-musiceerd moeten  hebben en dat is een belangrijk gegeven. De muzikale kwaliteiten van Joseph hebben zelfs er toe geleid dat hij naar  Amerika is gegaan, hetgeen zeker nog ter sprake zal komen want dat is een apart verhaal.

Jan Anna en Joseph

Omdat Anna mijn moeder is geworden weet ik alleen over haar iets meer van haar jeugd. Zij heeft het mij niet zelf mogen vertellen maar er zijn van haar enkele bulletins (rapporten) en brieven bewaard, die mij veel vertellen. Deze documenten zijn heel veel waard. Een eeuw, meer dan een eeuw geleden! Oude koek? Of heet van de naald?Anna was enig meisje tussen zes jongens. Was zij maar een meisje? Hoe was haar opleiding? Anna, geboren 18 augustus 1887  ging al met elf jaar vanuit Bergen op Zoom helemaal naar Best in Oost-Brabant naar een  Pensionaat en Huishoudschool “Nazareth”                      Pensionaat Nazareth Best 1930  Wat dit voor haar betekende kan men lezen in een Prospectus:prospectus cit

prospectus2cit Het oudste bulletin (rapport) dat we bezitten betreft 1898, 1e trimester en het laatste is uit 1899, 3e trimester. Het hier volgende is het eerste: Opleiding Annaverkleind Wat het pensionaat in werkelijkheid voor Anna heeft betekend op zulk een jonge leeftijd laat zich raden. Het laat zich volgens mij ook duidelijk lezen uit de volgende brief die Anna schreef aan haar ouders op 8 februari 1900, haar laatste jaar in Best, kort nadat haar moeder haar op het internaat bezocht had. Brief 1 voorzijde Anna 12 j.1910 vanuit pensionaat Nazareth Omdat de scan niet goed leesbaar is heb ik de gehele brief uitgetypt, zonder iets te corrigeren; bedenk dat Anna nu 12 jaar is.

Pensionaat “Nazareth”

Innig geliefde Ouders! Daar het pas een paar dagen geleden is, dat U hier is geweest en nu toch de bulletin naar huis gaat kan ik toch niet nalaten om aan mijn Dierbare Ouders nog een klein briefje te schrijven. Moe u zult wel tegen Pa gezegd hebben hoe ik het Zaterdag maakte nu het is  nog juist hetzelfde. U zult het zeker nog wel goed maken is niet nu dat hoop ik toch. Hoe gaat het met Bertus is hij nog niet wat beter. U moet maar tegen hem zeggen dat ik zeer veel elken morgen voor hem bid en U moet ook maar zeggen dat wanneer hij beter is en weer naar huis komt dat hij dan niet moet vergeten om aan mij te denken en hier even uit moet stappen. (Bertus had tuberculose; ik heb horen vertellen dat hij op het grootseminarie een broeder had om voor hem te zorgen; geheel zijn leven was hij zwak) U zult hier ook wel mijn bulletin bij vinden  ik hoop dan dat hij er beter uit mag zien en vooral die vakken die de vorige keer niet al te best waren dat die nu beter mogen zijn. Pa U moet het maar eens schrijven wanneer u er over tevreden zijt. Nu Dierbare Ouders is hier geen nieuws meer dan dat U wel zult weten dat er hier veel zieken zijn en dat er ook veel van sterven. U moet maar zorgen dat U geen van allen ook ziek worden. Nu Dierbare Ouders ontvangt de groeten van de Eerw Moeder en mijn Eerw Meesteressen en vooral van Uw u liefhebbend dochtertje Best 8 Februari 1900 P S. Dag Lieve Ouders, Johan en Josef doe s.v.pl vele groeten van mij aan alle bekenden. Vergeet s.v.pl niet om er bij te doen: zeep, tandenpoeder en sujet om mijn kousen aan te breiden.

                                                                                                     Anna   

De Congregatie van “De Dochters van Maria en Jozef” die het bestuur vormde van het Internaat en de Huishoudschool te Best was gevestigd in ’s-Hertogenbosch als een onderwijscongregatie. Daar was een vervolgopleiding. Uit de Prospectus:prospectus vlg.

Ook van de Normaalschool zijn  rapporten van Anna bewaard: uit 1900 1e trimester en uit 1901 1e trimester. Daaruit volgt dat Anna van September 1900  tot Augustus 1901 in ‘s-Hertogenbosch op school is geweest. Haar vader was per 1 november 1901 benoemd bij gemeentewerken in ’s-Hertogenbosch. Het is daarom mogelijk dat Anna ook nog een tijd in ’s-Hertogenbosch op internaat is geweest. Daarna heeft zij nog het voorbereidingsjaar van de Kweekschol voor onderwijzeressen van dezelfde Zusters in ’s-Hertogenbosch gevolgd. Ik veronderstel dat ze toen  toch wel thuis gewoond heeft. Zij werd echter geen onderwijzeres. Zij koos een andere opleiding:

In 1913 ontving Anna een getuigschrift  dat haar “de rechten geeft en de verplichtingen oplegt voor APOTHEKERS-ASSITENTEN”. Dit getuigschrift is uitgegeven, nadat de Hoofd-inspecteur voor Volksgezondheid haar heeft geviseerd als werkzaam in de apotheek A.A. Schaap te ’s-Hertogenbosch. Daarna is Anna werkzaam in de Apotheek van het Groot Ziekenhuis te ’s-Hertogenbosch tot 21 April 1917 volgens opgave van  de Hoofdinspecteur van Volksgezondheid.

Voordat ik verder ga met het huwelijk van Anna in 1920, waarbij zij als laatste het ouderlijk gezin verliet, probeer ik iets te vertellen over de vrome sfeer in het gezin, die in het  ‘In Memoriam’ bij grootvaders overlijden  zeer duidelijk werd verwoord. De parochiekerk was de Leonarduskerk, noordelijk in de wijk gelegen  maar past gesticht in 1905. De eerste bewoners van ‘t Zand waren parochiaan van de St. Pieter of de St. Catharina binnen de muren. Het kapucijnenklooster  met kerk dateert echter reeds van 1898, al van voor de tijd dat grootvader naar ‘s-Hertogenbosch verhuisde naar de Oranje Nassaulaan met achter de woning directe aansluiting aan de tuin van het Kapucijnenklooster. Het is zeer voor de hand liggend dat het gezin daar iedere morgen naar de kerk ging, een gebruik dat wij zo goed als zeker van hen hebben overgenomen.

De geschiedenis van het ontstaan van het klooster is zeer bijzonder. Het zegt iets van de toenmalige verhoudingen tussen kloosters en het bisdom, tussen paters en wereldpriesters van het bisdom. De laatsten zijn seculiere priesters, hetgeen o.a. inhoudt dat zij zelf hun inkomsten zelf kunnen besteden om  het eenvoudig  te zeggen.   In 1629 had Frederik Hendrik de Kapucijnen uit de Postelstraat bij de verovering van de Bossche vestingstad verdreven. Koning Willem II stond na 1840 weer uitbreiding van kloosters toe. In het voorjaar 1895 bezocht de algemeen overste van de Nederlandse Kapucijnen de bisschop van ‘s-Hertogenbosch met de mededeling: ‘Er woont in deze stad een weldoener van ons, die ons financieel in staat wil stellen in deze stad een klooster met kerk te bouwen’. Daar bleef het bij. De weldoener, een rijke ongehuwde dame, Dorothée van Beugen had de overste op het hart gedrukt nog niet haar naam te noemen. In de zomer van dat jaar ging Dorothée met haar zus Jeanette, die bij de Ursulinen was ingetreden en die had besloten haar deel van de erfenis te besteden aan een kweekschool voor onderwijzeressen in de stad, naar de bisschop, om hem zelf hun plannen mee te delen: ‘Wij willen niets anders doen dat datgene wat Onze Lieve Heer het aangenaamste is.’ Dorothée’s vraag was of de bisschop met haar plan kon instemmen. De chroniquer verhaalt dan  dat de bisschop niet tegen Onze Lieve Heer op kon maar de bisschop had zelf nog zoveel bouwplannen (zoals de Leonarduskerk!). Zijn mening was: “Neen, dat niet.’ De dames konden vertrekken. Dorothée hield vol. De pastoors in de stad , die op de hoogte waren van de plannen wisten de bisschop tensotte te overtuigen. Anderhalf jaar later gaf de bisschop toestemming. De gemeente moest ook haar toestemming geven en de prijs van de grond bepalen. Daar moest ook geschikt worden. Er ontstond nog één zeer groot probleem. Toen de plannen voor de parochiekerk ‘de Leonardus’ in het noorden van de wijk enige vorm begonnen te krijgen bleek de grond daar zo slecht te zijn dat werd voorgesteld de Leonarduskerk aan de Oranje Nassaulaan te bouwen, waar woningen waren gepland tegenover het klooster. Twee kerken naast elkaar! Dat was Dorothée te veel. Opnieuw bracht zij redding: zij schonk nog eens f.20.000, opdat er geheid kon worden. (Bron: ‘t Zand, De Boschboom, 1908)

Kapucijnenkerk oud

 Kapucijnenkerk vroeger (nog in jaren 30)           

In mijn jonge jaren, de jaren 30, gingen wij dagelijks naar de “Kapucijnen”. Daar waren de hele morgen steeds drie missen tegelijk. Tevens kon je in een van de zes biecht-stoelen biechten.  Dagelijks gingen wij te communie, ieder op onszelf.0016745 (2)capucijnenkerk We hoorden dan aan zijn kuchje of vader er ook was. We kwamen eigenlijk alleen om te communie te gaan, die om de tien minuten werd uitgereikt; daarna ging ieder weer op eigen houtje naar huis.  Het is een bepaalde uitleg van de Encycliek van Pius X uit 1905 over de veelvuldige H. Communie.
In 1905 kwam de parochiekerk, de Leonarduskerk gereed aan het Emmaplein. Op Zondag gingen wij dan ook altijd met elkaar  naar de Leonardus.

Kapucijnenkerk 2013073 - kopie

Ik heb altijd gehoord dat mijn moeder veel contact had met de Kapucijnen maar ook met de zusters van de Congregatie van JMJ, ‘Jezus Maria en Jozef’ aan de overkant van de Kapucijnen bij de Dommel in de Mariënburg. Mijn moeder zorgde, dat mijn broer en ik al heel jong misdienaar werden in  de Mariënburg.

De Mariënburg 2013

063De Mariënburg 2013

Geleidelijk verlaten alle kinderen van Antoon Hootsmans en Maria Rijk het huis

Cornelis , de oudste trouwde reeds in 1901 en heeft nauwelijks in ’s-Hertogenbosch gewoond. Bertus werd in 1906 assistent in de parochie Milheeze. Er waren toen priesters in overvloed. Het assistentschap was eigenlijk letterlijk een formaliteit, om er toch formeel bij te horen en het had een practisch doel. Iedere priester met een officiële kerkelijke aanstelling was formeel ambtenaar, omdat hij een salaris van het Rijk ontving, f.100 p.j. Dat was een regeling ter compensatie voor de in beslag genomen kerkelijke goederen ten tijde van de Hervorming. In geval van een staatspensioen en dat was het geval wanneer men leraar was of aalmoezenier in het leger, dan gaf dat een voordeel; in 1965 is dit afgeschaft  vo11. opa en oma thuis in Den Bosch ca 1915 wrs. 40j bruiloftor nieuwe gevallen. Frans trouwde in 1908; in hetzelfde jaar verongelukte Laurens. Antoon begon in 1912 als priester en ook weer als assistent, in Beers. Grootmoeder overleed op 5 december 1915, kort nadat grootvader en grootmoeder hun 40-jarig huwelijk hadden gevierd.

Joseph werd in 1916 priestergewijd voor het bisdom Tucson in Arizona USA. Jan huwde in 1918.
Anna was nu nog alleen thuis. Op 21 april 1917 was zij opgehouden met werken als Apotheker-assistente, zij is dan al 29 jaar. Ik kan mij voorstellen dat voor haar aan een huwelijkskandidaat gedacht gaat worden. Ik heb me  echter ook  vaak afgevraagd hoe mijn vader, pas per 1 juli 1919 in ‘s-Hertogenbosch komende – via Bornerbroek in Overijsel – van uit Friesland, al  zo gauw mijn moeder had gevonden in ’s-Hertogen-bosch, zodat hij al op 17 augustus 1920 kon trouwen. Eénmaal heeft mijn vader aan mijn zus Bets en aan mij, ons ophalend uit Friesland, vaag iets van een fiancé uit zijn tijd in Bornerbroek in Arnhem verteld maar daar is in ieder geval niets van gekomen. Dat hij nog ongehuwd was, zou nu in zijn voordeel blijken. Mijn moeder woonde in ’s-Hertogenbosch zeer dichtbij, slechts een pleintje en een stukje laan verder. Zó eenvoudig is het volgens mij  echter niet gegaan. Mijn vader heeft vermoede-lijk allereerst te maken gekregen met Anna’s vader die verantwoordelijk was voor de bouw in de wijk, zeker voor zo’n bijzonder project als een melkfabriek. Dit heb ik in het vorige hoofdstuk  uitvoerig verteld. Verder is het voor mij gissen. Grootvader moet wel vertrouwen hebben gehad in de onderneming die mijn vader overnam, welk vertrouwen  zeker berust zal hebben op inzicht in de toekomst van de stad die uitbreiding van het coöperatieve bedrijf met nog slechts 20 leden  mogelijk zou maken. 17 Augustus 1920 trouwde Anna met Fonger Galema. 14 dagen later op 1 september 1920 verliet grootvader de gemeentedienst, 66 en een half jaar oud.  Reeds twee jaar waren alle andere kinderen het huis uit. Nu ook Anna trouwde vond grootvader het tijd rustiger aan te gaan doen en vond hij een rusthuis in Grave. Uit de vele foto’s die zijn bewaard  blijkt dat hij vandaar regelmatig zijn oudste zoon Cornelis met reeds oudere kinderen bezocht in Nijmegen maar vooral zijn dochter Anna, in ’s-Hertogenbosch, waar hij de geboorte nog van vier van de vijf kinderen meemaakte. Bovendien was op 30 oktober1924 zijn zoon Antoon rector geworden van Huize Voorburg in Vught, dichtbij ’s-Hertogenbosch.graf opaoma

Grootvader overleed 13 mei 1927 in het Groot-Ziekengasthuis te ’s-Hertogenbosch. De overlijdensad-vertentie werd verzonden vanaf  |Koningsweg 43. Groo-tvader en grootmoeder werden begraven op het RK. Kerkhof te Orthen bij ’s-Hertogenbosch. Toen het kerkhof overging naar de gemeente werd het zonder vermelding geruimd.

 

 

 

HOOFDSTUK 5 DE KINDEREN VAN ANTOON HOOTSMANS EN MARIA RIJK, TE BEGINNEN MET ANNA HOOTSMANS EN FONGER GALEMA EN HUN KINDEREN

I. Anna Hootsmans en Fonger Galema en hun kinderen Over de jeugd van Anna, mijn moeder, heb ik al veel verteld. Dankzij bewaarde gegevens over haarzelf en onderzoek naar haar afkomst van Rob Hootsmans was dat mogelijk.  Er zijn ook veel foto’s van haar zoals ook van mijn vader bewaard gebleven, zodat het mogelijk is beiden in verschillende ontwikkelings fasen uit te beelden.

Anna vanaf 12 tot haar 43e jaar

foto 1foto 2 1907           foto 3 1911     Anna Hootsmans 0v. 19-01-1931echtg.Fonger Galema foto 8

 

 

 

 

Hoewel ik mijn moeder alleen  visueel herinne-ren kan nadat zij zo plotseling  overleden was, ben ik me haar la-ter toch steeds meer echt bewust geworden als moeder die zorgde en troostte. Als kind ben je daar kennelijk nog niet aan toe. Toen later Joke, de jongste dochter van mijn oom Cornelis, de oudste broer van mijn moeder, voorgoed terugkeerde uit Kenya  naar Ouden-bosch zocht zij mij op in Breda, waar ik toen woonde. De voordeur openende, was het   eerste wat zij mij zei: “Ik heb je moeder goed gekend”. Ik was bijna kwaad. Ik heb haar kort daarna gevraagd mij een plezier te doen en eens op te schrijven hoe zij zich mijn moeder  herinnerde. Dat heeft zij gedaan. Het trof mij, het klopte helemaal met mijn  herinnering. Haar brief heb ik bewaard, ik behoef deze niet uitvoerig weer te geven. Ik kan het eventueel doen in een annexis, evenals een brief van mijn moeder die zij later aan een ander nichtje schreef. Ik hoorde van Joke ook dat mama overal  graag kwam en anderen, nichtjes én neefjes  graag en
gastvrij ontving, zoals op de foto.

5a idem 5Moeder Anna met haar dochters Riet en Bets en vier kinderen van Johan-na, zus van Fonger, gehuwd met Jaap Vallenga: Betty, Thea, Siny en Piet

 

 

Fonger Galema vanaf 17 jaar

fonger ca 18 jaarfoto 11 Fonger (20)Bornebroek.....foto 3  (28)
Fongers doopnaam luidt Filgincius.
De reden daarvan, zoals vaak verteld wordt, zou hierin gelegen zijn dat de Friese naam Fonger geen naam van een heilige is.  De naam Filgincius werd verder nooit meer als doopnaam gebruikt, voor zover ik weet. Een jongetje vóór mijn vader, dat als Fonger  was  gedoopt, overleed aan tuberculose,   kort na zijn ge-boorte.
Het kan  zijn dat mijn vader daar-om  een nieuwe naam kreeg (van een ‘echte’ heili-ge). Het hielp echter niet hele-maal: mijn vader moest in  zijn jeugd toch ook nog kuren, maar 3549 Fonger Ysbrands Galema (15.05.1891)… hij werd beter.

63 jaar                 Ik moest op  mijn 23e  ook kuren en werd ook beter.     Nooit heeft mijn   vader   over zijn ei-gen ziekte  verteld, zelfs niet dat hij ook verbleven heeft  in het sanato-rium, waar hij mij later opzocht. Zo groot was het taboe om daarover te spreken.

Vader was de jongste van de 13 kin- 66 jaar                                                                     deren van  IJsbrandFonger Ysbrands Galema  ov. 31-12-1957 Galema  en Eli-   sabeth  (Betsie)  Johanna  Kramer.  Vijf  van  de 13 kinderen zijn  jong  overleden  aan tuberculose; vader IJsbrand overleed reeds op 39-jarige leeftijd daaraan en twee van zijn kinderen in hetzelfde jaar.
Tuberculose was toen in Friesland de belangrijkste oorzaak van overlijden; voordien gold het gebrek aan prenatale zorg als de  belangrijkste oorzaak van de kindersterfte en vaak ook van het overlijden van de moeder.
Fongers vader IJsbrand pachtte van zijn vader Jan een boerderij in Halfweg Hichtum, die deze geërfd had van zíjn vader, IJsbrand Klazes Galema, een van de rijkste grootgrondbezitters in die tijd. De gepachte boerderij was oud; vader Jan gaf zijn zoon een  lening van ruim f13.000  om aan hem de pacht te kunnen betalen. Deze lening zou een zware last worden; vanwege zijn ziekte kon IJsbrand de boerderij niet goed onderhouden. Na zijn overlijden trachtte moeder Betsie met de oudste jongens Jan en Frans, 15 en 14 jaar oud het bedrijf in stand te houden. Ondanks hulp  van haar broer Dirk lukte het niet. 7 Jaar later werd de boerderij, die na de verdeling van de gemeenschap van Betsie’s schoonouders was toebedeeld aan twee broers en een zus van haar overleden IJsbrand aan  publHicht3iek verkocht en de boerenhuizinge werd afge-broken.
Hier stond deze eens  in de buitenbuurt van Bols-ward

Fonger heeft zijn leven lang met de bestrijding van tuberculose te maken ge-had; hij maakte van de bestrijding hiervan onder het vee voor zich een levenstaak.  Dit zou hem goed gelegen komen na zijn benoeming als directeur van de melkinrichting St. Jan in ’s-Hertogenbosch, die ook mede ter bestrijding van deze ziekte was opgericht.
Fonger greep de oorzaak van de besmetting aan. Zolang de melk maar op de boerderij, was er niet zoveel aan de hand, de eigen bewoners raakten op den duur immuun.
Economische noodzaak leidde in die tijd tot mechanisatie en mechanisatie leidde tot fabrieken en tot gezamenlijke productie: tot het bij elkaar brengen van melk van gezonde én besmette bedrijven. De afgeroomde melk ging weer terug naar de boerderij voor het jong vee, ook daar waar het nog niet besmet was Tuberculose werd zo een geheimzinnige ziekte, men wist niet wie men er op aan moest kijken, wie ziekte had overgedragen, terwijl men dacht dat men een gezond bedrijf had en ook zelf nog gezond was. men durfde er niet over te spreken.

Nadat moeder Betsie de boerderij moest verlaten omdat deze verkocht werd kon zij met een paar met een  paar kinderen,  Clasien en Ytje en Fonger als jongste op  haar  ouderlijke  boerderij Kramershoek in Kubaard Kub1terecht, waar  haar broer Dirk, nog ongehuwd, het bedrijf van zijn ouders als pachter onderhield. De ouders Frans Kramer en Siebrigje Brandsma waren verhuisd naar het Heechhout in Bolsward dat de weduwe van Jan Galema, Betsies  schoonmoeder had verkocht. Beide families moeten de  ellende hebben zien aankomen en zo beschikt in onderling beraad om zo plaats te maken. Van de kinderen heb ik later gehoord dat in die tijd op Zondagmorgen regelmatig zeer ernstig werd gesproken in de beste (op)kamer. Clasien en Ytje gingen al snel familieleden helpen. Het jaar daarop overleed Betsie plotseling. Opnieuw hielp men elkaar. Fonger was toen 8 jaar en bleef bij zijn oom Dirk op Kramershoek. Toen ook hij een jaar later ernstig ziek werd kwam zijn zus Clasien weer terug om hem te verplegen. Op 14 september 1903, intussen 12 jaar werd hij uit het register van Kubaard uitgeschreven naar Oss, waar hij enkele jaren bij de fraters op de Ulo is geweest, waarna hij als ik het goed heb misschien weer even terugkeerde naar Kubaard. Toen zijn oom Dirk ging trouwen in 1904 en diens vrouw Akke Galama (een volle nicht van Fonger, slechts 12 jaar ouder dan hij!) in verwaKopie van Dijkstrchting raakte moest Fonger in ieder geval  weg uit Kubaard vanwege besmettingsgevaar. De mondeling overgeleverde verhalen kloppen niet allemaal met elkaar. Een oudere broer Hendrik was al koopman in Bolsward en had daar in de Dijkstraat 37 een pand gekocht. Het lag naast de  toenmalige textielwinkel van Wolke en Hendrik dreef in zijn pand een winkel in garen en pand. Nu zijn daar gevestigd een restaurant ‘Het Hof van Holland’ en daarnaast in het pand van Hendrik de bar ervan. Op dit adres  kon Fonger, 14 of 15 jaar, terecht met zijn zus Clasien en op een bepaald moment woonden er al vijf broers en zussen bij elkaar. Het werd een zoete inval waar veel familie kwam op zondagmorgen. Zo vooral bleef de onderlinge band onder de kinderen erg hecht.  Fonger was  enkele jaren in Heeg stagiair op de kaas- en boterfabriek, waar hij  zijn eerste vrienden maakten.                                   Haije Huitema en vier  vrienden Sjoerd Hayes G. Fonger IJ.G l n.r Haye Huitema-Keess v. Tol IJsbrand Hayes Galama

Vlnr Haye Huitema Sjoerd Hayes Galema Kees van Tol Fonger Galema IJsbrand Hayes Galema

Vanwege de katholieke minderheid en een verboden omgang met andersdenkenden, tenzij op economisch gebied, waren vrienden bijna altijd ook familie.

In 1911, 19 of 20 jaar,  werd Fonger volontair in de melkfabriek te Silvolde in de Achterhoek, daarna adjunct-directeur van de Coöperatieve melkinrichting te Zeddam Gld en in 1914 directeur in Bornerbroek Ov. waar de directeur in dienst moest vanwege de mobilisatie. In 1919 solliciteerde Fonger hij in ’s-Hertogenbosch, waar hij zoals we zagen werd aangenomen. Zijn oudere broers Jan en Frans waren al directeur in Brabant, Jan in  Tilburg en Frans in Breda. Alle zussen en broers, behalve Ytje zouden zich in Brabant vestigen.

Veel heeft Fonger en hebben al zijn broers en zussen te danken gehad aan hun grootmoeder van moeders kant Siebrigje Brandsma. Zij heeft hen gestimulleerd naar het katholieke Zuiden te gaan waar zij een baan in de zuivel zouden kunnen krijgen. Siebrigje’s vader Hendrik Mebius Brandsma, bestuurslid van de Maatschappij van Landbouw bezong het werk van de vrouw in de boterkelder in een feestelijk gedicht en was geen groot voorstander van de mechanisatie van de melkvoorziening. Later vereffenden  de kinderen schulden van hun moeder aan de erven.                                

Huwelijk Anna Hootsmans en Fonger Galema  17 augustus 1920

foto 1 naar het stadhuisbewerktfoto2 na de kerkbewerkt

 

Naar het stadhuis                                                                         Na de kerk

 

Vijf kinderen

Drie   Vier   Vijf  

11a

23a idem 2331a

1. Riet (ie) (Maria Clasina Elisabeth) 13 november 1921
2. Bets (ie)  (Elisabeth Jeanette Maria) 1 januari 1924
3. IJs (IJsbrand Jan Cornelis) 25 januari 1925
4. Joseph (Sjefke) (Johannes Theresia) 13 februari 1926
5
. Clasien(tje) (Clasina Siebrigje Antonette 5 oktober 1927

Opa met de kleinkinderen                           

8a7opa met RietiebewerktGrootvader kwam vanuit zijn rusthuis in Grave regelma-tig naar ‘s-Her-togenbosch naar de Ko-ningsweg bij zijn dochter Anna

2a idem 28a idem 8 bewerkt9a bewerkt
Met de klok mee:
1. 1921, in de erker met Rietie en Betsie
2.1924 met Rietie
3. 1926 In de salon op de Koningsweg
met  de vier oudsten
4. op vakantie in Zuid-Limburg vlnr Opa-Fonger- Anna – Rietie; tante  Toos en oom Jan Hoots-mans
5. 1925 met Anna en de  drie oudsten,  misschien in Vught, op bezoek bij heer-                                                               oom Antoon, die daar  rector was op Voorburg

Anna en Fonger met de kinderen

kind Fonger hobbelp 2mama met Riet en
IJs   1925
   10a idem 10 bewerkt

 

 

 

 

Het gehele gezin

                 Anna met alle vijf         17a idem 17 bewerktfoto 5 met Ys en Joseph bewerkt                                                                               fongermet Riet 1922jongzw                                                                               Fonger met Rietie 1922            

 

Vader en mama met de jongens

 

Links Mama met Sjefke en tante Clasien met Clasientje

heerom antoon

 

 

 

 

4a idem 4 bewerkt3a idem 3 bewerkt

 

 

 

Mama met drie oudsten, misschien  bij Heeroom Bertus, rector in Megen

 

14. Sinterklaas op bezoek met Zwarte Pietkersstal met mama bewerkt

 

 

 

 

Sinterklaas en Kerstmis waren heel belangrijk

Kinderen met elkaar              1928                                 ca 1937
kinderen Koninsweg fotpRiealle 5 1938-1940

  Niet eerder ben ik in een oud familiealbum zoveel foto’s van de kinderen in de groei van hun eerste jaren tegen gekomen. Ik heb hier slechts een selectie weergegeven. De meeste foto’s moeten door vader zijn gemaakt. Ik heb het oude apparaat met plaat en zwarte doek nog lang bewaard en herinner mij ook een apparaat dat  vader had aangeschaft om speelfims te draaien voor ons. Dit was een echte hobby die hij had.
De foto hiernaast is v27a idem 27an een ‘echte’ fotograaf, althans de compilatie. Hij moet gemaakt zijn kort vóórdat ofwel juist kort nádat mama op 19 januari 1931 plotseling overleed.   Dit was voor mij, nog geen vijf jaar, met daarna de begrafenis een ‘heftig’ moment waarvan de volle betekenis niet tot mij doordrong. Daarna herinner ik mij weer weinig tot het ogenblik acht maanden later waarop vader zei dat wij mama steeds mama zouden blijven noemen maar dat wij haar, die met ons twee keer kennis had gemaakt maken op bezoek in de buurt van Nijmegen bij een mooie plas ( de Pasmolen),  moeder zouden noemen. Dit was heel duidelijk. Meerdere jaren bleef alles voor mij  bijna  gewoon doorgaan. Dat valt moeilijk te omschrijven. Ik herinner mij niet dat nog iemand over mama sprak. Misschien maakte het dat gemakkelijker.       

Vader hertrouwt 5 october 1931
2e huwelijkIn de tussentijd had heeroom Antoon voor hulp in het huishouden gezorgd. Dat herinner ik mij weer goed. Hij was op dat moment pastoor in Duizel. Een oude huis-houdster, die hij kende uit een paro-chie waar hij kapelaan was geweest in Heeze, als ik het goed heb, en die de kinderen ook een beetje kende was bereid om in te vallen maar dat kon niet duren. Wij werden door haar te veel verwend, ik herinner mij dat dit gezegd werd. Tientallen jaren later werd het (het verwennen!) voor mij een item bij mijn studie sociale pedagogie wat dat betekend zou kunnen hebben.
Het was de oudste zus van vader, tante Clasien, die vader in contact bracht met een vriendin van haar, die ook verpleegster was en die zij in Lourdes had leren kennen. Nauwelijks tien jaar geleden ontmoette ik bij de begrafenis van een familielid een jongere neef uit de familie van mama, die mij vertelde dat indertijd een tante van hem gevraagd was voor ons moeder te worden. Vijf kinderen waren voor haar te veel geweest en aan voldoende huishoudelijke hulpmiddelen werd ook getwijfeld. Uit de onderzochte familiegeschiedenis in Friesland blijkt er in het verleden een patroon  bestaan te hebben hoe te handelen in een situatie als deze. Allereerst zocht daar de eigen familie van de overleden moeder of in een geval van een overleden vader naar een oplossing.  Het was tenslotte de oudste zus van vader, tante Clasien, die vader het contact bracht voor een tweede huwelijk.
Vader  hertrouwt te ’s-Hertogenbosch 5 october 1931 met Maria de Jong dv van Doris en Reina Gezina Bonnis, geboren Harlingen 20 augustus 1888.  Er was een probleem. Moeder Maria de Jong was protestant en zoals ik pas kort geleden vernam van Nederlands Hervormd Doopsgezind geworden. Dat zou een beletsel hebben kunnen zijn. Heeroom Antoon gaf haar enkele lessen, waarna zij katholiek gedoopt werd. Dit wisten wij kinderen maar wij waren allemaal, denk ik, nog te jong daar vragen bij te hebben.  Ik herinner mij de huwelijkssluiting niet.
Het onderzoek naar mijn familie leidde mij regelmatig naar Friesland en ik kwam ook in Harlingen op zaak naar de voorouders van mijn tweede moeder. Mr. Sible Hettinga, zeer bekend vanwege zijn genealogisch onderzoek en via zijn grootmoeder – hoe kan het ook anders als katholiek uit Friesland – verwant aan de familie Galema, dook voor mij moeders stamboom op. Het bleek nu dat 13 generaties terug haar betover-grootvader  een neef was van de overgrootvader van vader. Interessant detail was  bovendien dat de relatie afkomstig bleek uit het feit dat beiden bakker waren, in Bolsward. Moeders vader was het ook in Harlingen. Door contact met de kleine Doopsgezinde Gemeente te Harlingen, dat ik belangrijk vond, hoorde ik dat mijn moeder van Hervormd was overgegaan naar de Doopsgezinde Gemeente, een gezindheid die gekenmerkt wordt door een geringe dogmatische instelling en een sobere levenswijze.

Ik denk vaak aan het verleden, hoe dat toen allemaal is gegaan. Een gelukkige omstandigheid was dat vader zijn werk bijna aan huis had doordat er een verbinding was tussen woonhuis en fabriek. Hij was s’middags met ons allen aan tafel.

De kinderen worden ouder

De periode van de lagere school maakt ieder goed door. Er was niet gekozen voor de parochieschool maar zoals wij dat zelf ook zagen voor een standenschool. Dit paste ook in het hiërarchische project van de wijk. Ik wist dat toen nog niet. Wel had ik in de klas op de lagere school vriendjes van de hoogste ‘stand’. Nu begrijp ik dat wel. De meisjes bezochten de lagere school van de zusters van JMJ, de Mariënburg, en de jongens de Aloysiusschool midden in de stad, iets verder weg en geleid door de fraters van Tilburg. We kwamen ‘s middags thuis voor warm eten. De route 4 maal per dagdoor de hele binnenstad was altijd interessant. Er was nog weinig verkeer en er speelde zich heel veel op straat af van kleine ambachtsbedrijfjes, vooral in de smalle straatjes die we meestal kozen. Ik heb deze route elders  beschreven naar aanleiding van een familiedag en er ook een film van gemaakten er een film van gemaakt.
De zomertijd brachten wij ieder jaar zeker drie maanden lang al jong door buiten de Vught middenweg vak.stad. In het begin was dat in een villawijkje in Vught, vlVught middenweg vak.2ak bij de hei en de bossen en  De IJzeren Man met het gemeentelijk zwembad met gescheiden baden. Er was aan een andere oever een chique restaurant met een gemengd Vught IJzeren Manbad, maar dat hoorde nog niet bij onze horizon.   Na enkele jaren viel de blik iets verder weg op een villa ‘De Hoef’ midden op het platteland van Esch tussen Vught en Boxtel, waar wij jongens ons vertier vonden op de boerderij naast ons. Het eerste jaar leefde de oude boerin en weduwe nog met vijf grote kinderen: 2 mannen die het boerenwerk deden en drie dochters die in het dorp iEsch 1936n een winkel dienden of thuis het huishouden deden, alles nog in oude stijl met bedsteeën en open vuur om te koken. Mijn broer en ik deden met alles mee: hooien en korenschoven hoog opladen op de hooikar en deze lossen, en later dorsen. Mijn  jongste zusje was de lieveling van de boerinnen. Mijn  vader voelde er zich ook goed thuis na zijn werk.
De Hoef                                      Mijn  beide  oudere  zussen gingen een beetje hun eigen weg. Wij waren heel veel buiten.

Op het laatst hadden we een eigen huisje in Vught in het midden van bos aan de rand van IJzeren Man, waar het ‘t zand in ‘s-Hertogenbosch vandaan kwam.  De vader van moeder was in Harlingen overleden en van de erfenis werd dit gekocht. ‘’t Stjelpke’ werd het ge-noemd (naar een Fries boerderij-type).
Stjelpke Vught1936

Vader met alle vijf kinderen aan de zijkant
Stjelpke interieur

Binnen
het Stjelpke

Moeder had  slechts één zus, die een getrouwde zoon in Amsterdam had met een zwakke    gezondheid: Hans, getrouwd met Leni; moeders zus was al vroeg overleden. Moeder had verder geen directe familie, maar wel een goede getrouwde vriendin, die met haar man in de zomer meerdere malen kwam logeren, vooral in de vakanties. Dit was ook wederkerig Verder hadden we niet vaak logé’s.
’t Stelpke werd op het einde of na de oorlog vanwege de woningnood gevorderd en daarna van de hand gedaan.

Al jong werden wij gestimuleerd te fietsen. In de zomermaanden moest dat uiteraard vanuit Esch of Vught naar school in ’s-Hertogenbosch. Maar wij maakten ook grotere tochten. Als kinderen waren wij welkom bij de familie Kramer in Kubaard in Friesland, waar vader als wees was grootgebracht en in het land ook bij de familie Hootsmans. Al jong fietsten we, ook alleen in twee dagen, en later in één dag naar Friesland. Mijn oudste zus regelde zelf fietstochten met vriendinnen door het hele land en zelfs België. Mijn tweede zus organiseerde met schoolvriendinnen hele fietstochten naar Limburg waar ieder van ons ook mee mocht en waar wij op verschillende plaatsten logeerden. We kregen dan ‘ongelukkengeld’ mee, dat we apart moesten verantwoorden. Ik zou dat nooit gemogen hebben omdat ik al op het kleinseminarie zat. Mijn vader stimuleerde het echter, dat begreep ik wel. Ik werd soms wel op de proef gesteld en uitgedaagd. Dit was het moment geweest waarop ik had moeten kunnen praten vanwege mijn normale puberale gevoelens maar dat gebeurde niet, noch thuis, noch na de vakantie op het seminarie. Het heeft lang geduurd voordat mijn gevoel en mijn verstand een beetje in harmonie kwamen. Dit is een ander verhaal dat nog ter sprake komt maar hier wel een begin vindt.

Het leven gaat verder

De crisisjaren van de jaren dertig heersten intussen. Daarover  werd door de ouders tegenover de kinderen gezwegen, ofschoon hen de gevolgen daarvan niet ontgingen. Ook de dreigende 2e Wereldoorlog bepaalde de geest van de tijd, waarvan wij de betekenis in het begin nog niet geheel van begrepen. Er werden soldaten, materiaal en paarden gemobili-seerd, hetgeen zich rond het station en op de Koningiginnenlaan  afspeelde.

mobilisatie (2)mobilisatiemobilisatiepaarden gevorderdmobilisatie 30014792In de meidagen van 1940 was het de grootste zorg van vader om het bedrijf draaiende te houden. Toen de Duitsers na-derden ging vader hen te fiets tegemoet om te zien hoe ver ze waren en of er de volgende dag wel melk aangeleverd kon worden. Toen hij terugkwam vertelde hij over de geweldige kracht waarmee zij oprukten, en over de hoeveelheden geschut die  met een onafzienbare stoet van paarden verplaatst wer-den. Ik was  kwaad dat hij dat zo ver-telde; ik wilde het blijkbaar niet horen.
Bij de aankondiging van de oorlog waren alle leerlingen van het semi-narie naar huis gestuurd. Spoedig werden we weer terugverwacht. Het eerste jaar verliep alles nog rustig maar snel kregen wij er toch mee te maken dat steeds meer dingen alleen op bonnen te verkrijgen wa-ren, vooral voedselprodukten. Wij leden geen  honger maar het was wel steeds meer mondjesmaat en minder afwisselend. Tropische  producten waren  na enige tijd  niet meer te krijgen maar daar raakte je spoedig gewend aan. Pas na enkele jaren kwam de Duitse bezetter met allerlei verboden en dreigementen en controleerde veelvuldig. Zij bezetten vele grote inrichtingen  en ook het kleinseminarie Beekvliet in St.Michielsgestel begin 1942 als concentratiekamp voor gijzelaars en het grootsemi-narie Haaren als een strengere strafinrichting voor het verzet. Daar was in vele gevallen alleen aan te ontkomen door ondergronds te gaan.
Iedereen moest steeds zijn persoonsbewijs bij zich dragen. Mijn vader als verant-woordelijk voor de voedselvoorziening kreeg een persoonsbewijs met vrijstelling tijdens spertijd.
Fongerpersoonsbewijs1

Fongerpersoonsbewijs2

Universiteitsstudenten kregen te maken met volgden gedwongen tewerkstelling in Duitland, hetgeen voor velen er toe leidde om onder te duiken..
Als seminarist leefde ik geïsoleerd van de buitenwereld maar in de vakantie heb ik op het station door soldaten bewaakte goederenterreinen volgepropt met mensen als vee gezien. Ik begrijp niet dat ik daar niet op doordacht. Ik was toch al zeker 16 maar blijkbaar toch nog niet in staat iets van de vreselijke werkelijkheid te vermoeden. De macht van de Duitsers was onbeperkt en de angst van de burger werd steeds groter.

Op 5 september 1944 dacht heel Nederland ineens aan bevrijding. Dolle Dinsdag werd het genoemd. De geallieerden waren in enkele dagen geweldig gevorderd tot aan Antwerpen en de Duitsers sloegen hals over op kop op de vlucht, ook uit ’s-Hertogen-bosch na  zoveel mogelijk opgeblazen te hebben van hetgeen ze hadden maar op 8 september waren ze al weer terug en versterkten zich daarna snel met een hele divisie in het ’t Zand. Ze waren fel en fusilleerden op het stationsemplacement standrechtelijk verraders.  De bevrijding van ‘s-Hertogenbosch begon tenslotte op 25 oktober;  de Britten kwamen door de snelle opmars vanuit Normandië via Eindhoven, Veghel, Heesch en Geffen van dezelfde kant als de bezetter 5 jaar geleden. Zij spaarden de stad van bombardementen en richten zich eerst op de bevrijding van ’t Zand maar kregen tegenstand van de Duitsers die zich daar  gelegerd hadden om de stad kost wat kost te verdedigen en te behouden voor een blijvende opening naar Noord Nederland. De Britten keerden zich toen naar de andere kant en vestigden een bruggenhoofd in de oude stad maar liepen  vast op de Dommel, die vroeger de stad tegen de vijand had verdedigd.  Wie mijn verhaal over de stad tot nu toe heeft gelezen begrijpt dat de rollen van verdediger en vijand strategisch totaal waren omgekeerd. De Britten besloten nu tot een stormaanval vanuit de oude stad via de Wilhelminabrug naar het midden van de wijk ‘t Zand en dan naar het Station en tegelijk via de Willemsbrug  naar  het begin van de wijk om de Duitsers te  treffen, die de stad trachten te behouden. Er was een week lang een groot geweld van raketten en mortieren. De stad was drie weken frontstand.   Op de Koningsweg zaten wij tussen de twee ergste vuurgevechten in en verbleven en sliepen steeds in de kelder. Mijn oudste zus was al getrouwd en mijn oudere broer was ondergedoken. Wij waren met vijf in de kelder en  wisten dat  Duitse soldaten zich ophielden in de fabriek. Ze kwamen ook in de kelder maar verdwenen ook weer. Granaten werden  waarschijnlijk doelbewust op de fabriek gericht.
Telkens inspecteerde mijn vader, die er alleen voor stond, de inslagen en lokaliseerden dan ook de Duitse soldaten, die zich daar ophielden. Van links of rechts moest de vrijheid komen. Als het even rustig was keken we daar naar uit. Een week te voren hadden Duitse soldaten nog mijn persoonsbewijs afgenomen en me gedwongen bij de Willemsbrug loopgraven  te  graven. Ik ben  toen niet recht doorgelopen maar rechts afgeslagen en met een blokje om was ik weer thuis. Het was de eerste verstandige daad van mijn leven, zei mijn vader en zocht een plek mij te verbergen. Even later lag het persoonsbewijs in de bus.                                                

Na enkele dagen zou het er zo
uitzien op het Willemsplein

Lombok 1944Tegen de avond van 26 oktober waren we vrij: voor het huis stopte een  Britse tank, het luik van de gevechtskoepel gaat open en de eerste Tommy laat zich zien. Dit was voor ons het moment van bevrijding, hoewel wij ons goed bewust waren, dat het voor de rest van Nederland nog niet voorbij was en onwetend van de lange nog komende honger-winter boven de grote rivieren. Huis voor huis wordt gecontroleerd door de infanterie. Mijn vader wijst dan om de hoek en gaat voor, waarna twee tanks de zijstraat in draaien en hun lopen al omhoog richten. Mijn vader ziet zijn levenswerk te niet gaan maar ik denk dat hij  meer dacht aan de volgende dag en de voedselvoorziening: hij loopt voorop om de weg te wijzen en even later leiden enkele Tommies een groepje Duitsers met de handen achter het hoofd weg. Toen voelden we ons echt vrij. Het was 6 uur en de strijd stopte voor die dag met het inrichten van een nieuw bruggenhoofdje in ons kwartier. De strijd om ’s-Hertogenbosch duurde nog een dag.
De fabriek had een hele tijd stilgelegen zonder een werknemer en was zwaar beschadigd. De volgende dag waren de eerste monteurs al gekomen uit het bevrijde deel en gingen aan het werk om alle leidingen te herstellen.  Na een paar dagen was er al weer water dat ook aan de omgeving kon worden verstrekt.
St.Jan sept.1945 bevrijding wateruitdele

De grootste zorg voor de geallieerden was de aanvoer. Vanaf de eerste dag  kregen wij inkwartiering van zoveel mogelijk Tommies als mogelijk was. Degenen die voor de aanvoer moesten zorgen bleven meerdere weken en richtten in de hal van de fabriek hun keukens in.
236 Burgers waren omgekomen en meer dan 400 gewond van wie 125 ernstig. Ruim 700 gebouwen en huizen waren verwoest. ’t Zand telde de meeste daklozen. Nadat de inkwartiering voorbij was stonden ook wij open voor langere tijd voor een dakloze familie uit het noordelijk deel van  de wijk, waar evenals in het zuidelijk deel (foto kort hiervoor)  veel huizen totaal verwoest waren.

Een trimester lang waren alle scholen gesloten geweest. Het gezag lag in militaire handen en zou dat nog een hele tijd in hun handen blijven. De examens van het jaar 1944 hadden nog op het nippertje met enige moeite gehaald kunnen worden. Dat zou boven de rivieren in het volgende jaar niet eens lukken. In het zuiden speelde men het klaar in januari weer te beginnen. Voor mij begon het grootseminarie: opnieuw voor zes jaar van huis, waarin ik steeds meer vreemd werd aan een totaal veranderende wereld van de nabije omgeving en vooral ook van mijn thuis, Tijdens vakanties viel mij dat steeds meer op. Uiteraard bleef ik wel op de hoogte van de voornaamste gebeurtenis-sen en feiten, ook al had ik er geen deel aan.

1945 –  1961
De wederopbouw werd met alle krachten aangepakt. Dit kwam politiek gezien niet louter neer op restauratie maar vooral op vernieuwing. Tijdens de oorlogsjaren waren daar al plannen voor gemaakt. Dit had niet zozeer een revolutie tot gevolg als wel een evolutie en bracht tenslotte ook een grote vernieuwing teweeg in de industrie en de economie in de betekenis van  dienstverlening met als gevolg een grotere welvaa Op 1 Juli 1944 kort voor de te verwachten bevrijding was mijn vader 25 jaar directeur. Men vond uiteraard een grootse viering niet gepast maar wel een bescheiden.
0017807 (2)

            1 juli 1944 foto genomen in de centrifugelokatie, het hart van het bedrijf

De genoemde ontwikkeling in een vernieuwing van de economie als dienstverlening vond in mijn familie zolang mijn ouders leefden geen bezwaar. Mijn vader die steeds zeer voorzichtig was geweest in het belang van het bedrijf kreeg nu voor het eerst gelegenheid auto te rijden. Dit gold voor alle zakelijk vervoer. Na het einde van het oorlog dumpte de geallieerden – er was een nieuw woord ontstaan – al hun materiaal: paarden en karren verdwenen voor goed uit het straatbeeld. Ook werd alles wat royaler. Zolang mijn ouders leefden zou daar geen bezwaar tegen komen. Zelfs de katholieke Kerk predikte herstel, zij het zoals later zou blijken met zonder enige aanpassing. Bijna iedereen die de oorlog had meegemaakt en vaak ook de voorafgaande crisisjaren was vol vertrouwen in de toekomst. Mijn vader zag zijn idealen realiseerbaar.
Na enkele jaren begonnen de fusies tussen de melkfabrieken. Vele dorpen uit de omgeving hadden een eigen melkfabriek. Deze fuseerden de een na de ander met de stad en het aantal leveranciers aan de melkinrichting St. Jan  zou – begonnen met 20 – de 1200 bereiken Tegen het bereiken van zijn pensioensleeftijd in 1956 werd in 1954 vaders 35-jarig jubileum extra uitbundig gevierd, omdat het vorige jubileum sober was.

0018995 leonarduskerk Omdat de Coöperatie van boeren katholiek georganiseerd was begon de dag met een drukbezochte  H.Mis in de Leonarduskerk, opgedragen door de zoon van de jubilaris en de zoon van de eerste voorzitter en oprichter van de Coöperatie en een kapelaan van de parochie waarin de melkinrichting gelegen was. De rest van de dag werd feestelijk doorgebracht in het Casino op de Parade o.l.v. Leo de Bekker, oudste zoon de oprichter en 1e voorzitter Janus de Bekker, en nu voorzitter. Het personeel bood een plaquette aan voor de hal van  fabriek, die later ook een plaats kreeg in de hal in de nieuwe fabriek in ‘s-Hertogen-bosch Zuid.

plaquette Fonger3550 Fonger Ysbrands Galema (15.05.1891)

Dankwoord van de jubilaris

Vader was lange tijd voorzitter van de Brabantse Zuivelbond en in het maatschappelijk leven penningmeester van de  parochiële afdeling van det. Vincentius Vereniging.          Dit  lidmaatschap heeft hij misschien wel  op initiatief van grootvader Hootsmans aangenomen. WekelijkVincentiuss vergaderde de Vereniging op zijn kantoor, waar tussendoor vooral in de oorlogsjaren veel over de oorlog werd gesproken, naar ik vermoed. Ook werd er soms iets gevierd

Moeder vergezelde vader bij alle officiële gelegenheden terwijl hij haar vergezelde bij de abonnement-
ment- voorstellingen in het Casino.
Vader was “zeer gezien bij de boeren/leden van de coöperatie. Hij staat bekend als een bestuurder die wijs en voorzichtig beleid voertde. Door sociale vooruitstrevendheid verzekert hij zich van vrede en  bloei in zijn bedrijf”. (Bron: Galemaboek 1999).   De oprichting van een K.I stal in Engelen is een zeer belangrijk streven van hem geweest, in zijn  levenslange bestrijding van de tuberculose. Hier was hij ‘trots’ op.   Tenslotte heeft hij op aandringen van de gemeente ten volle mede gewerkt met de verplaatsing van de St. Jan naar nieuwbouw aan de rand van de stad en deze volledig voorbereid met zijn zoon IJs, die hem na twee jaar assistent te zijn geweest op 1 juli 1956 als directeur opvolgde. Bij zijn afscheid werd vader Ridder van Oranje Nassau. De ingebruikname van de nieuwe fabriek heeft hij niet meer mee mogen maken: op 31 december 1957 overleed vader tengevolge van een hersenbloeding.
Vader en moeder woonden de laatste jaren in ’s-Hertogenbosch – Zuid, ze hadden gezocht naar een vergezicht over een polder, in dit geval het Bossche Broek. De drukbezochte Uitvaartmis vond plaats in de St. Jans-kathedraal waarna vader werd begraven op het RK Kerkhof te Orthen bij mama. Moeder leefde nog vier jaar rustig thuis, zo nodig door ons geholpen wat vaders laatste zorg was. Zij overleed na een noodlottige val op 28 december 1961 in het ziekenhuis nadat wij allen van haar afscheid hadden genomen. De Uitvaart geschiedde eveneens in de St. Jans-kathedraal en de begrafenis op het RK Kerkhof te Orthen dichtbij vader en mama.

De kinderen getrouwd  

1.Riet (Maria Clasina Elisabeth) Galema en Wim van Liempt    

Riet werd geboren op 13 november 1921 te ’s-Hertogenbosch.  Zij volgde de Mulo bij Huwelijk Wim Rietde Zusters van JMJ van de Mariënburg en daarna te Amsterdam in het OLVG de verpleeg-steropleiding. Zij voltooide deze niet. Op 16 juni 1943, 21 jaar, trouwde zij te ’s-Hertogenbosch met Wim (Wilhelmus Cornelis) van Liempt zv Petrus Johannes en Leopoldina Maria Gruyters, geboren ’s-Hertogenbosch op 9 april 1909. Zij gingen boven wonen in het ouderlijk huis van Wim, LuijbenstraatLuijbenstraat 50 50.  De moeder van Wim woonde beneden. Wim was sigarenfabri-kant van het merk Admiraal de Ruyter met een Bedrijf in het schilderachtige en oude stadskwartier Uilenburg. Het pand overspant de Binnen-Uilenburg 4dieze.       Uilenburg  
In 1943 was de aanvoer van tabak uit  Indonesië tot stilstand gekomen. Wim en Riet kochten in  Elshout in de Langstraat een boerderij met enig land om tabak te planten. De woning in ’s-Hertogenbosch hielden zij aan. Met zijn broer Adriaan, ingenieur van Delft, ontwierp Wim in Elshout een aanrijgmachine om de tabaksblaren in de schuur te kunnen drogen.    Ook bouwden zij daar een fermenteertunnel.              
wim met fermtmachaanrijgmachine
met Wim

ferment. Medan  1machine fermem

 geëxporteerd naar:

 Medan                                            

vier van Liempts voor eenfeest

 

 

 

Intussen werden vier kinderen geboren in ’s-Hertogenbosch: Annemieke, Piet, Leontien en Wilma. In 1952 verhuisde het gezin naar Baarn, waar Wim een cartonnagebedrijf overnam.
Wim was een groot liefhebber van zeilen. Hij overleed 13 juli 1968 plotseling aan boord van zijn schip te Ochten. Riet zette nog een aantal jaren het cartonnagebedrijf voort voordat zij het verkocht.   Daarna verhuisde zij naar een appartement elders in Baarn en werd zij mentrix van een flat voor verpleegkundigen van Nieuwenoord.
Op 2 oktober 1977 hertrouwde Riet met de weduwnaar Piet Brantjes, geboren 19 1984-142-Piet-Riet-in-appartement-Nijmegenmei 1914 te Teteringen, tandarts. Hij had 8 kinderen uit zijn 1e huwelijk. Na zijn pensionering gingen zij wo-nen in Nijmegen en maakten zij vele wereldreizen totdat Piet overleed 29 mei 1991 in het Grootziekengasthuis te ‘s-Hertogenbosch, waarna de cre-matie plaatsvond in Nijmegen. Riet keerde terug naar een appartement in Baarn en zij overleed 27 decem-ber 2006 na kort te zijn opgenomen in een verpleeghuis; zij werd begra-ven op het r.k. kerkhof te Baarn.         

Leontien, geboren 19 september 1947 is niet oud geworden. leontienbootAanvankelijk werd zij als kind aan een ‘lui oog’ geopereerd. Later volgde andere klachten. Wim Hootsmans neuroloog, een neef van Leontiens moeder, ontdekte wat er werkelijk aan de hand was. Zij had een woekering van bloedvaten in haar hoofd. Deze drukte op de hypothalamus.  Haar ouders hebben geprobeerd haar een zo normaal mogelijk leven te laten leiden. Mede hierdoor en haar  grote doorzettings-vermogen, deed zij een opleiding voor apotheek-assistente. Daarnaast kon zij zeilen als de beste!  Op 20 juni 1967 sliep zij thuis in, zij werd 19 jaar.

2. Bets (Elisabeth Jeannette Maria) Galema en Leo de Bekker

huwelijk Bets en LeoBets werd geboren op 1 januari 1924 te ’s-Hertogenbosch. Zij volgde de R.K. Landbouw-huis-houdschool van de zusters Ursulinen te Posterholt. Zij volgde haar stages bij familie in Friesland o.a. te Blauwhuis en werd lerares te Helden Panningen (L) totdat zij te ’s-Hertogenbosch trouwde op 10 mei 1955 met Leo (Leonardus Antonius Maria) de Bekker, zoon van Adrianus en Jacoba Wijtvliet, geboren te Empel en Meerwijk op 2 december 1923. Leo volgde de Middelbare Landbouwschool. Reeds jong werd hij zoals zijn vader bestuursvoorzitter van de Coöperatieve melkinrichting St Jan. Deze functie moest hij neerleggen  toen hij met de dochter van de directeur trouwde. Van  1954 – 1967 is  hij voedsel-commissaris in de  beide provincies Noord – Brabant met Leontien en Wilma               en Limburg. Hij  is lid  van de Provinciale  Staten van
dochters van zus Riet                Noord-Brabant en van 1966 – 1977 lid van de Tweede Kamer (KVP/CDA) en vertegenwoordigt de belangen van de boeren. Na het kamerlidmaatschap wordt hij dijkgraaf van het waterschap Maas  en  Waal. Leo was Officier in de Orde van  Oranje Nassau en Ridder in de Orde van Sint- Gregorius de Grote en ontving het Grootkruis in de Orde van de H.Paus Sylvester.   Bets was 10 jaar lid van het  Hoofdbestuur van de KRO, waarvan vijf jaar van het dagelijks bestuur. Bets en Leo hebben acht kinderen gekregen, drie zonen en vijf dochters. Bets is op 27 januari 1985 na een langdurige ziekte overleden in Empel. Op 11 september is Leo hertrouwd met de jongste zus van Bets, met Clasien, weduwe van Jan de Bruijn met 2 kinderen Jan en Gijs. Leo is overleden op 21 augustus 2007 in Empel.

        Muziek maken met alle kinderen, hét kenmerk van het gezin van Bets           kind.musicerenKinderen: Op 18 april 1956 is kort na de geboorte een tweeling overleden, naar beide grootvaders Janus en Fonger genoemd. Daarna werden geboren: AnneMarie, Jacqueline, Els, Janus, Margriet en Leontien.    

3. IJs (IJsbrand Jan Cornelis) Galema en Riet Buys    

trouw IJs en RietIJs werd geboren op 25 januari 1925; hij volgde de HBS te Oss en de Zuivelschool  te Bolsward; na enkele assistentschappen elders werd hij korte tijd assistent aan de Melkfabriek St. Jan te ’s-Hertogenbosch en een jaar later in 1956 volgde hij zijn vader Fonger op als directeur, toen deze 65 werd. Intussen was IJs in Bergen op Zoom op 10 mei 1952 getrouwd met Riet (Maria Theodora Henrika) Buys, dv Johannes en Petronella Heetwinkel, geb. Bergen op Zoom op 13 oktober 1924. Een jaar nadat IJs zijn vader opvolgde overleed vader plotseling op 31 december 1957 terwijl hij de nieuwe melkfabriek op aandringen van de gemeente buiten de stad volledig had voorbereid met IJs, die nu alleen voor de voltooiing en verhuizing kwam te staan. In september 1960 vond de feestelijke opening plaats door burgemeester Loeff van ‘s-Hertogenbosch in Zuid.nieuwe Stjan   Als voltooiing van fusies tussen melkfabrieken werden de stedelijke fabrieken in Brabant samengevoegd tot Campina in Veghel. IJs werd directiesecretaris tot aan zijn  pensioen, bij gelegenheid waarvan hij ridder werd van Oranje Nassau. Als broer zeg ik dat hij met  eenzelfde  bewogenheid  als  vader  de  belangen van de boeren heeft behartigd in sterk veranderde omstandigheden, waarin de   supermarkten de taak overnamen van de melkventers die lange tijd alle straten en alle bewoners van ’s-Hertogenbosch op vaste tijden aandeden, zodat men er  de klok op gelijk kon zetten.   IJs en Riet kregen zeven kinderen Fonger, Nelke, Han, Frans, Anneke, Marlies en, Robert-Jan.    IJs en Riet met jong gezin     vlnr Fonger ; Anneke; Han; Frans; Nelke ; Marlies en Robert-Jan        

IJs overleed 30 december 2003. Als lid van de aloude Broederschap van het Hoog Heilig Sacrament eerden de Broeders  hem tijdens de Uitvaartmis in de Sint-Jans Kathedraal.   Riet heeft zich altijd tot taak gesteld het huishoudelijke werk perfect te regelen en de ene hulp na de andere degelijk op te leiden, zodat het huis voor iedereen ontvankelijk was. Zij deed ook vrijwilligerswerk, zoals dat nog gebruik was voor hen die de middelen had. Riet overleed 2 november 2011. IJs en Riet hebben samen zeker waar gemaakt wat vader wenste, dat zij met de Bossche society, niet in het minst in belang van de zaak, contact zouden onderhouden. Daarin waren zij royaal.                     

Fonger IJsbrand Egbert Galema werd geboren op 16 met 1953 te ’s- Hertogenbosch Fongerjrals oudste.  Na zijn middelbare school werd Fonger als dienstplichtig militair toegelaten tot de officiersopleiding. Hij genoot van de trainingen en de verworven zelfstandigheid. De herhalingsoefe-ningen waren voor hem een feest.  Hij bracht het tot de rang van kapitein. Na zijn diensttijd begon hij zijn werkzaam leven bij het rekencentrum van de Melkunie in Rotterdam in de zuivel  als derde in de generatie van Fonger Galema sr. Woerden werd de volgende standplaats. In deze  periode  leerde  hij  Marie-Anne, dochter van  Jaap  en  Jeanne  Koning Raijmann kennen, geboren te Boxtel 10 februari 1944, vrienden van zijn  ouders. Na de fusie van Melkunie/Campina verhuisden Fonger en  Marie-Anne  van Leiden  naar  Goirle, dicht  bij Fongers werk in Tilburg. Zij trouwden op  23 februari 1996 te  Goirle. Het  werk was belangrijk voor Fonger evenals de familie. Graag kluste hij thuis en voor anderen, ook nog in de beginperiode van zijn ziekte. De laatste jaren waren zwaar. In die periode heeft hij op een bewonderenswaardige wijze de levensloop van zijn oom Leo de Bekker  – zie hiervoor – te boek gesteld. Uiteindelijk heeft hij zich gewonnen moeten geven. Fonger overleed 1 Juli 2009.